
Land- en tuinbouw bepaalden eeuwenlang het landschap en het dagelijkse leven in en van Kontich en Waarloos. Rond 1950 telden beide gemeenten samen nog meer dan honderdvijftig actieve land- en tuinbouwbedrijven. Twintig jaar later waren dat er nog ongeveer honderd en rond de eeuwwisseling nog een vijftigtal. Vooral Waarloos was een uitgesproken landbouwgemeente met akkerbouw, veeteelt, fruitteelt en later ook tuinbouw. De boerderijen vormden de economische ruggengraat van de streek en bepaalden het uitzicht van het landschap met hoeven, boomgaarden, velden en weiden. Schaalvergroting, verstedelijking en veranderende economische omstandigheden deden het aantal landbouwbedrijven sterk afnemen. Vandaag zijn in Kontich en Waarloos nog ongeveer dertig actieve land- en tuinbouwbedrijven overgebleven. Ondanks hun beperkte aantal blijven ze een belangrijke rol spelen in de voedselproductie, het beheer van het open landschap en het behoud van het landelijke karakter van de gemeente.

De Sarapisscherf is een voorbeeld van fake news. Tijdens archeologische opgravingen op de Romeinse vicus van Kontich-Kazerne werd in 1968 een potscherf gevonden met Griekse inscriptie: ΣΑΡΑΠΙ, een verwijzing naar de Egyptische god Sarapis. De ontdekking leek spectaculair. Nooit eerder was zo noordelijk een dergelijke scherf aangetroffen. Meteen rezen tal van vragen. Hoe was een Egyptische godheid in Kontich terechtgekomen? Was er hier een Sarapiscultus? En waarom was de naam in het Grieks gekrast? De scherf groeide uit tot een pronkstuk van het Museum voor Heem- en Oudheidkunde en werd zelfs tentoongesteld op de prestigieuze tentoonstelling Keizers aan de Nijl in Tongeren. Later paleografisch onderzoek bracht echter een verrassende ontknoping: de inscriptie bleek een moderne vervalsing. Van unieke archeologische vondst veranderde de scherf in het onderwerp van een boeiende detective over misleiding, wetenschappelijk onderzoek en de noodzaak van kritische bronanalyse. Vandaag blijkt dat archeologen zich lieten vangen door een uit de hand gelopen grap van een mede-archeoloog die de scherf in het opgegraven veld had gegooid.

Op 21 mei 1908 vond in Kontich de zwaarste treinramp uit de Belgische geschiedenis plaats. In het station Contich (Kazernen) stond een reizigerstrein naar Turnhout met bedevaarders, militairen en arbeiders stil toen een reizigerstrein naar Brussel door een verkeerde wisselstand er met volle snelheid op inreed. De ramp kostte 41 mensen het leven en maakte meer dan 320 gewonden. Het nieuws haalde niet alleen de Belgische, maar ook de internationale pers. Marktzangers bezongen het drama en de jonge filmindustrie verspreidde beelden van de catastrophe de Contich in bioscopen ver buiten onze landsgrenzen. Lange tijd werd de schuld vooral bij een seingever gelegd, maar later onderzoek wees op een samenloop van menselijke fouten en gebrekkige communicatie. Na verloop van tijd raakte de ramp grotendeels vergeten, tot ze opnieuw onder de aandacht kwam dankzij onder meer sportcommentator Rik De Saedeleer die ernaar verwees in één van zijn legendarische voetbalcommentaren. Vandaag blijft de Ramp van Kontich een blijvende herinnering aan een van de donkerste dagen uit onze spoorweggeschiedenis.

Het stadhuis van Mortsel lijkt op het eerste gezicht een vreemde eend in de bijt. Toch verdient het hier zijn plaats, omdat het herinnert aan het geallieerde bombardement op Mortsel van 5 april 1943. Door tragisch friendly fire was de tol bij de burgerbevolking enorm. Er vielen 936 doden, onder wie 34 inwoners van Kontich. Hun graven bevinden zich op een afzonderlijk perk van het kerkhof.
Tegelijk staat dit monument symbool voor de historische kastelen en hoven van Kontich. Daartoe behoren het Tanghof, Altena en het Groeningenhof (ontstaan uit de middeleeuwse leengoederen IJkele en Ossele en later de residentie van kardinaal Granvelle). Het Boutersemhof (of Hof van Spruyt), het Pluysegemhof en het Vrijselhof zijn verdwenen. De geschiedenis van al deze domeinen reikt terug tot diep in de veertiende eeuw en weerspiegelt de rijke ontwikkeling van het dorp. Voor Waarloos blijft vooral het Geysemans-Wachtershof bewaard, dat later de woning werd van verzetsman Michel Geysemans.

Specfour is een typisch Kontichs gebak met een bijzondere geschiedenis. De naam is een samentrekking van "speculaas fourré", een gevulde speculaaskoek die in 1927 werd bedacht door de Kontichse bakker Jos De Backer. Het nieuwe product kende al snel succes, maar verdween tijdens de Tweede Wereldoorlog uit de bakkerijen. Verschillende pogingen om Specfour nadien opnieuw op de markt te brengen bleven zonder resultaat. Bijna een eeuw na de creatie beleefde het gebak echter een verrassende wedergeboorte. Sinds enkele jaren wordt Specfour opnieuw gebakken door de warme bakkers van Kontich. De heruitgave sloeg meteen aan en het gebak is vaak snel uitverkocht. Zo groeide een bijna vergeten lokale specialiteit opnieuw uit tot een smakelijk stukje levend erfgoed. Specfour verbindt het ambacht van vroeger met de smaak van vandaag en houdt een bijzonder hoofdstuk uit de Kontichse bakkerijgeschiedenis levend.

Het officiële keerpunt van de olympische marathon van Antwerpen 1920 lag in ons dorp ter hoogte van de oude spoorwegberm aan de huidige N1. Hier draaiden de lopers na 21,375 kilometer terug richting Antwerpen. Op 22 augustus 1920 passeerden 48 atleten uit 17 landen deze plek. De latere winnaar, de briljante Fin Hannes Kolehmainen, liep hier nog in een kopgroep met de Zuid-Afrikaan Christopher Gitsham en de Belg Auguste Broos. Onze landgenoot eindigde uiteindelijk als vierde, net naast het podium. De olympische marathon van Antwerpen was met 42,750 kilometer zelfs langer dan de huidige officiële afstand van 42,195 kilometer. Daardoor behoort dit keerpunt in Kontich tot een unieke bladzijde uit de olympische geschiedenis. Weinig plaatsen in Vlaanderen kunnen zeggen dat ze ooit het decor vormden van een beslissend moment in een olympische marathon.

Het Thier-Brauhof of “den Thierbrau” – officieel: Dortmunder Thier Bräu Hof – kent een uitzonderlijke geschiedenis. Het werd na de Wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel afgebroken, naar Kontich overgebracht en hier min of meer nagebouwd. Het was jarenlang een café met feestzaal en onderaan een sporthal die vooral voor basket en concerten werd gebruikt. Later kwamen er winkels. Op 9 oktober 1977 werd in den Thierbrau muziekgeschiedenis geschreven. De Australische hardrockgroep AC/DC trad er op tijdens zijn Europese Let There Be Rock-tour. De band stond nog aan het begin van zijn internationale doorbraak, maar de explosieve liveoptredens maakten AC/DC toen al legendarisch. De concertavond verliep bijzonder woelig. Technische problemen zorgden voor een lange vertraging en na klachten over geluidsoverlast probeerde de rijkswacht het optreden stil te leggen, waarna een opstootje ontstond tussen publiek, politie en bandleden. Zes jaar later vereeuwigde AC/DC dit legendarisch incident in het nummer Bedlam in Belgium, waardoor Kontich een onverwachte plaats kreeg in de internationale rockgeschiedenis. Bedlam is het Engelse woord voor gekkenhuis, naar de instelling Saint Mary of Bethlehem in Londen.

De jaarmarkt in Kontich bestond al in de 17e eeuw en groeide uit tot een absolute topper in de provincie. Bezoekers kwamen van heinde en ver, en voor veel Antwerpenaren was een bezoek aan de jaarmarkt een absolute must. Eén van de hoogtepunten van de jaarmarkt waren de paardenkoersen. Ze behoren tot de oudste nog bestaande volkstradities van Vlaanderen. Met grote waarschijnlijkheid werden hier al vanaf 1795 paardenrennen georganiseerd, aanvankelijk in de dorpsstraten en later op weilanden aan de rand van het centrum, nu op weiland langs de Groeningenlei. Daarmee is de wedstrijd zelfs beduidend ouder dan Waregem Koerse. Door veranderende omstandigheden evolueerden ook de koersen. Straatraces maakten plaats voor drafwedstrijden op een afgesloten parcours, maar de traditie bleef behouden. Daarmee vertellen de paardenkoersen het verhaal van levend en dynamisch erfgoed dat zich voortdurend aanpast aan zijn tijd en daardoor vandaag een uniek stukje immaterieel cultureel erfgoed is. De toekomst van de koersen is in gevaar en hangt af van het engagement van mensen die deze traditie koesteren en ze willen blijven koesteren en vernieuwen. Zoals alle levende tradities kunnen de Kontichse paardenkoersen alleen voortbestaan wanneer ze van generatie op generatie worden doorgegeven en gedragen door een geëngageerde erfgoedgemeenschap.
