Michel Geysemans groeide op in een hoeve, die op de inventaris van onroerend erfgoed de Wachters-Geysemanshoeve wordt genoemd. Deze was gelegen op het nummer 5 in de straat die naar hem is genoemd. Hij werkte als gemeentebediende in Wilrijk en was reserveofficier bij het Belgische Leger. Bij de Duitse bezetting sloot hij zich aan bij het verzet. Als leider van een verzetsgroep in Wilrijk en Kontich organiseerde hij onder meer inlichtingenwerk, hulp aan geallieerde piloten en onderduikers, de verspreiding van valse identiteitspapieren en de bevoorrading van verzetsstrijders. Via een geheime radiozender in de ouderlijke hoeve werden berichten naar Londen doorgestuurd. Hij werd verraden. De Gestapo arresteerde hem in januari 1943 en folterde hem zwaar in Fort Breendonk. Op 17 september 1943 veroordeelde een Duits veldgerecht hem ter dood. Michel Geysemans werd op 6 oktober 1943 in Antwerpen gefusilleerd. Zijn begrafenis kende een enorme volkstoeloop bij de Sint-Michielskerk in Waarloos. In zijn afscheidsbrief schreef hij: ‘Liefde alleen toch kan de wereld redden.’

Leo Verswijvel, beter bekend onder zijn artiestennaam Bill Kartoum, was één van de kleurrijkste figuren uit de Vlaamse circuswereld. Hij werd geboren in een oud circusgeslacht en bracht zijn jeugd door in het rondreizende familiecircus. Al op jonge leeftijd trad hij op als trapezeacrobaat, clown, muzikant, messenwerper, scherpschutter en dierendresseur van (ijs)beren, slangen en leeuwen. Na het einde van Circus Espagnol trok hij jarenlang door Turkije, het Midden-Oosten en Italië. Daar trad hij op in paleizen en casino’s en werkte hij als stuntman mee aan verschillende spaghettiwesterns. In de jaren 1980 keerde hij terug naar België, waar hij samen met zijn zevende echtgenote Patrizia Lotti het Magic Circus oprichtte. Vanuit zijn woonplaats Kontich bracht hij nog tientallen jaren circusvoorstellingen naar scholen, rusthuizen en dorpspleinen. In 2016 gaf Bill Kartoum op 87-jarige leeftijd zijn laatste voorstelling. Hij geldt als een van de laatste vertegenwoordigers van het traditionele Vlaamse familiecircus en werd door Circuscentrum erkend als een Living Circus Treasure, levend erfgoed van de Belgische circuscultuur.

Abraham Hans werd geboren in een protestants gezin in de Geuzenhoek (Sint-Maria-Horebeke). Door de schoolstrijd verhuisde het verarmde gezin naar Roeselare. Hij volgde een lerarenopleiding in Nederland, maar werd in 1901 Belgisch staatsburger. Hij ging lesgeven in Antwerpen. Enkele jaren later vestigde hij zich met zijn vrouw Adriana Van der Meulen en hun drie kinderen in Kontich, waar hij koos voor een bestaan als volksschrijver en journalist bij Het Laatste Nieuws. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vluchtte hij naar Nederland. Van daaruit bekritiseerde hij de Duitse bezetter, ondanks zijn Vlaamsgezinde overtuiging. Na de oorlog groeide hij uit tot een van Vlaanderens populairste en meest gelezen auteurs. Voor zijn Kinderbibliotheek, de beroemde Hansjes, schreef hij tijdens zijn leven 865 dergelijke boekjes. Hij zette generaties kinderen aan tot lezen. Daarnaast publiceerde hij tientallen volksromans en zette hij zich in voor de Vlaamse ontvoogding. Hoewel hij in Villa Houthulst in Kontich woonde, overleed hij in zijn vakantievilla in Knokke. Zijn graf vind je op het kerkhof in Kontich. Jammer genoeg is Abraham Hans – ten onrechte – in de vergetelheid geraakt.

Jozef Van Herck was priester en als kunsthistoricus één van de belangrijkste erfgoedpioniers van Kontich. Hij werd geboren in Antwerpen. Hij was licentiaat klassieke filologie en doctor in de kunstgeschiedenis en oudheidkunde. Tijdens beide wereldoorlogen stelde Van Herck zich ten dienste van de bevolking. In de Eerste Wereldoorlog diende hij als brancardier-aalmoezenier aan het IJzerfront, waarover hij een indrukwekkend dagboek en talrijke foto's naliet. Zijn memoires behoren tot de waardevolste persoonlijke getuigenissen uit die periode. Na een periode als leraar en directeur van het Vlaamsgezinde Sint-Lievenscollege werd hij in 1940 deken van Kontich, een functie die hij tot 1961 uitoefende. Zijn blijvende verdienste ligt echter in het behoud van het lokale erfgoed. In 1943 richtte hij de Heemkundige Kring Kontich op en legde hij de basis voor het Documentatiecentrum Jozef Van Herck en het Museum voor Heem- en Oudheidkunde. Dankzij zijn visionaire inzet bleef een belangrijk deel van de geschiedenis van Kontich voor toekomstige generaties bewaard.

Yasmine (1972-2009), geboren als Hilde Rens, groeide op in Kontich, liep school in het Sint-Jozefinstituut en werd een van de bekendste Vlaamse zangeressen en televisiegezichten van haar generatie. Al op jonge leeftijd volgde ze notenleer, piano en zang aan de plaatselijke muziekacademie. In 1990 brak ze door als zangeres en groeide ze uit tot een vaste waarde in de Vlaamse muziekwereld met hits als Porselein en Meisjes aan de macht. Daarnaast presenteerde ze populaire televisieprogramma's zoals De Rode Loper en Zo is er maar één. Yasmine koos bewust voor Nederlandstalige muziek met persoonlijke en poëtische teksten en groeide uit tot een geliefde artieste. Voor velen is ze een blijvende inspiratiebron. Ze zette zich bovendien in voor tal van goede doelen en werd een belangrijk rolmodel binnen de wereld van LGBTQ+. Zo blijft haar naam onlosmakelijk verbonden met de culturele geschiedenis van de gemeente.

Phil Bosmans uit het Limburgse Gruitrode was pater montfortaan, schrijver en een van de meest gelezen Vlaamse auteurs van de twintigste eeuw. Met zijn eenvoudige, warme en hoopvolle boodschappen bereikte hij miljoenen lezers in binnen- en buitenland. Via de organisatie Bond zonder Naam riep hij op tot verbondenheid, solidariteit en aandacht voor de meest kwetsbaren. Zijn spreuken, boeken en kalenders werden in tientallen talen vertaald en zijn gedachtegoed blijft tot vandaag inspireren. Bosmans had ook een bijzondere band met Kontich. Hij woonde bijna veertig jaar in het klooster van de montfortanen in Kontich-Kazerne. Het kerkplein is naar hem vernoemd en hij kreeg er ook een buste. Phil Bosmans zal voor altijd verbonden blijven met de Bond zonder Naam, zijn boek Menslief, ik hou van je, is nog altijd een van de meest verkochte werken in het Nederlands. Ook in Duitsland zijn de boeken absolute bestsellers.

John Doms werd geboren in Waarloos, waar zijn ouders een tabakswinkel aan de Grote Steenweg uitbaatten. Pas op 22-jarige leeftijd begon hij met atletiek, maar zijn talent bleek uitzonderlijk. Na aansluiting bij FC Malinois groeide hij uit tot een van de beste Belgische veldlopers. In 1948 schreef hij sportgeschiedenis door in het Engelse Reading de Landencross – de voorloper van het wereldkampioenschap veldlopen – te winnen. Hij was de eerste Belg die deze prestigieuze wedstrijd op zijn naam schreef en veroverde bovendien met de Belgische ploeg de landenbeker. Datzelfde jaar vertegenwoordigde hij België in de 3.000 meter steeple op de Olympische Spelen in Londen. Zijn overwinning leverde hem het ereburgerschap van Waarloos op en een naar hem genoemde cross. John Doms overleed in 2013 en ligt begraven op de begraafplaats van Kontich.

Margriet Ballegeer is een 24-jarige, zeer dynamische vrouw wanneer in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbreekt. Vader Frederik is politiecommissaris in Kontich. Margriet woont met haar familie in de Magdalenastraat, waar ze een winkeltje uitbaat. Zeer snel na het begin van de oorlog raakt ze betrokken bij het verzet en helpt ze actief bij de sabotage van de Duitse bezetter. In eerste instantie is dat vrij lokaal, maar al snel wordt ze onderdeel van een groter spionagenetwerk.
Zo steelt ze identiteitskaarten en paspoorten op het gemeentehuis om Vlamingen naar Nederland te helpen vluchten en op die manier aan de oorlogsellende te ontsnappen, maar vooral om hen in de mogelijkheid te stellen aan het IJzerfront te kunnen vechten. Het feit dat haar vader politiecommissaris is, zet de Duitsers al heel snel op haar spoor. In 1915 wordt ze samen met haar vader gevangengenomen. Na een half jaar wordt ze vrijgelaten. Haar vader moet langer in de cel blijven.
Deze hele geschiedenis en een incident met een Duitse soldaat maken van haar een nog sterker overtuigd patriot. Ze sluit zich aan bij een grote verzetsgroep en vervult al snel de rol van koerier. In Kontich wordt ze door de bevolking met de nek aangekeken, omdat ze met een Duitse soldaat aanpapt als onderdeel van haar spionagewerk. Tijdens deze periode leert ze Henri Van Bergen kennen – de liefde van haar leven. Ze werkt ook opnieuw met pastoor Felix Moons, die in de eerste jaren van de oorlog in haar ouderlijk huis onderduikt. Gedurende twee jaar kunnen ze actief blijven, maar uiteindelijk worden ze verraden door een dorpsgenoot die Margriet zelf bij de groep heeft geïntroduceerd.
Ze wordt onder meer samen met haar lief en pastoor Moons in de Antwerpse Begijnenstraat gevangengezet. Aanvankelijk kunnen de moedige verzetslieden zwijgen, maar honger, ontbering en psychische foltering dwingen haar en haar medegevangenen uiteindelijk op de knieën. Ze worden ter dood veroordeeld. Voor de mannen eindigt dat inderdaad voor het vuurpeloton in Fort V in Edegem, maar de doodstraf van Margriet wordt in levenslange dwangarbeid omgezet.
Na de bevrijding identificeren Margriet en haar vader de ontbindende lichamen van Felix Moons en haar geliefde Henri Van Bergen. Diezelfde dag sterft haar moeder aan kanker. Een traumatische ervaring die Margriet knakt. Ze probeert op krachten te komen, maar kan uiteindelijk niet meer aarden in een België dat haar te veel aan het oorlogsverleden en haar persoonlijk verdriet doet denken. Ze emigreert definitief naar Engeland, waar ze een nieuw leven opbouwt tot ze in 1980 overlijdt. Een audiofragment van Margriet over deze gebeurtenissen die haar knakten, vind je bij de bestanden op deze pagina.

Contios is geen gewone reus, maar een verhalenreus die het verleden van Kontich tot leven brengt. Hij werd in 2013 door Bruno Stappaerts bedacht en ontworpen als eigentijdse interpretatie van de eeuwenoude Vlaamse reuzentraditie, en werd in 2015 opgenomen in de Inventaris Vlaanderen voor Immaterieel Cultureel Erfgoed. Zijn naam verwijst naar een vermoedelijke Keltische honderdman Contios, die volgens een oude hypothese aan de oorsprong ligt van de naam Kontich. Contios is het resultaat van een uniek sociaal-artistiek project. Scholen, verenigingen, kunstenaars, muzikanten, vrijwilligers en inwoners bouwden samen aan de reus én aan de verhalen die hij vertelt. Bij elke voorstelling staat een stukje lokale geschiedenis, erfgoed of natuur centraal. Zo verbindt Contios generaties en brengt hij mensen samen rond hun gedeelde verleden. Als levende verhalenreus is Contios uitgegroeid tot een eigentijds symbool van Kontich: een reus die niet alleen wordt bewonderd, maar vooral mensen laat samenwerken, vertellen en vieren.
